Inloggen

Heleen Vellekoop - kritisch denken

In 2012 ontving ik mijn gymnasiumdiploma. Bewapend met allerlei kennis, kritisch denkvermogen en een gezonde dosis vertrouwen in de toekomst, stapte ik de wijde wereld in.
 
BA Philosophy, Politics and Economics
Ik vertrok naar Engeland, waar ik aan de University of York een bachelor volgde in Philosophy, Politics and Economics (PPE). Ik leerde er vloeiend Engels spreken en overtuigende essays schrijven, een vaardigheid waar veel waarde aan wordt gehecht in het Engelse onderwijssysteem. PPE was, zoals de naam misschien al doet vermoeden, een zeer brede studie: een opleiding ‘duid het dagelijks nieuws’ zou men het bijna kunnen noemen. Bij filosofie boog ik me over abstracte vraagstukken als het verklaren van bewijstzijn, alsmede over meer pragmatische kwesties. ‘Wanneer mogen we individuele vrijheden inperken voor het publiek belang?’ bijvoorbeeld. En ‘Wanneer krijgt een foetus de status van mens?’. Bij politicologie leerden we over de geschiedenis van de natiestaat en over machtsstructuren, maar probeerden we ook oorlogssituaties en de ontwikkelingsverschillen tussen landen te doorgronden. Bij economie leerde ik statistiek en bekeek ik vele markten; de financiële markt, de arbeidsmarkt, de internationale handelsmarkt, et cetera.


MSc Health Economics
Na mijn bachelor verlangde ik ernaar me te specialiseren en meer technische vaardigheden op te doen. Ik vond dit in de master Health Economics (ook in York), die bovendien beantwoordde aan mijn interesse in de gezondheidszorg. Ik leerde complexere statistische methoden en het wiskundig modelleren van gezondheidsinterventies. Nog steeds hield ik me ook bezig met ethische vraagstukken, zoals ‘Hoeveel willen we als samenleving betalen om een mensenleven te rekken?’ en ‘Wat is een eerlijke manier om de zorg te financieren?’.
 
Tijdens mijn master volgde ik het vak Health & Development, waarin we ons specifiek bezighielden met gezondheidszorg in zogenoemde low- and middle-income countries (LMICs). Ik vond dit onderwerp zodanig interessant dat ik solliciteerde op een plaats bij het ODI Fellowship Scheme, een beursprogramma dat jonge economen en statistici met een snel stel hersens en avonturiersbloed werft om twee jaar lang bij de overheid van een LMIC te komen werken. Ik werd geselecteerd en geplaatst op het Ghanese Ministry of Health. Na het jarenlang vergaren van boekenwijsheid, stond mij hier een stoomcursus ‘het grote-mensen leven’ te wachten.
 
Ministry of Health Ghana
Veel van de ervaringen die iedereen waarschijnlijk tegenkomt op enig punt tijdens het werkende leven, ondervond ik in een gecomprimeerde en wellicht overtreffende versie. Ik werd geconfronteerd met onderlinge rivaliteit tussen collega’s en de focus van seniore collega’s op het behoud van de eigen machtspositie. Ik zag de inmenging van allerlei partijen met ieder hun eigen plannen en belangen, zag corrumpeerbaarheid en inhaligheid.
 
Tussen de bedrijven door bracht ik mijn baan als gezondheidseconoom in het Policy, Planning, Monitoring and Evaluation Directorate ten uitvoer. Ik leidde een onderzoeksproject waarin we bekeken hoe de nationale zorgverzekering (National Health Insurance Scheme) haar financiële problemen zou kunnen aanpakken door het zorgpakket aan te passen. Ik presenteerde de bevindingen aan de Minister for Health en andere hoogwaardigheidsbekleders, wat natuurlijk gaaf was. Eén van onze aanbevelingen werd opgenomen in een nieuw beleidsvoorstel. Ook assisteerde ik het Monitoring & Evaluation team in het ontwerpen van een performance assessment framework, waarmee het Ministerie jaarlijks de voortgang van de zorgsector gaat meten.

Kritisch denken
Tijdens mijn twee jaar op het Ministerie merkte ik dat hoewel mijn collega’s veelal intelligente en betrokken mensen waren, ze weinig bedreven waren in kritisch en probleemoplossend denken. Ik vermoed dat dit ligt aan het Ghanese schoolsysteem, wat ooit is opgericht door Britse kolonisten en zich concentreert op herhaling van feitjes. Kritisch denken door de lokale bevolking was niet in het belang van de koloniale overheersers en werd er met de zweep bij jonge kinderen al uitgeslagen. Hoewel de kolonisten al zo’n 60 jaar geleden uit Ghana vertrokken, wordt het weinig inspirerende schoolsysteem nog altijd in stand gehouden. Dit tegenwoordig vermoedelijk onder invloed van de in Ghana almachtige kerk, die wellicht geen heil ziet in een kritisch volk.
 
Ik zag bij het Ministry of Health dat het beperkte vermogen van de werknemers tot kritisch en probleemoplossend denken de complexe taak van weloverwogen nationale beleidsvorming welhaast onmogelijk maakte. Vele malen zag ik beleidsmedewerkers oude documenten enigszins aanpassen en er een andere titel opplakken, in plaats van een doordacht plan bedenken met maximale relevantie. Collega’s waren gefrustreerd. Al jaren vergaderden ze over dezelfde onderwerpen, zonder vooruitgang te boeken. Sommige waren gedesillusioneerd en kwamen alleen opdagen voor de bijeenkomsten en werkbezoeken waarbij ze een extra zakcentje (‘allowance’) kregen; de problemen oplossen konden ze toch niet.
 
Ghana’s problematiek is ingewikkeld. Ik heb het niet volledig doorgrond, laat staan dat ik het in dit stukje kan vatten. Maar ik denk dat het aanmoedigen van kritisch denken op scholen veel zou kunnen bijdragen aan de verbetering van de beleidsvoering in Ghana en daarmee als het goed is ook de levensstandaard van de Ghanezen. Ik dank het GGH voor de vaardigheden die mij zijn aangeleerd op het gebied van kritisch denken. Ik dank de docenten die elke dag omgaan met vele jonge bijdehandjes. En ik hoop dat steeds meer kinderen en jongeren zo onderwezen zullen worden.
 
Ik ben inmiddels net teruggekeerd uit Ghana en ga aan de slag als wetenschappelijk onderzoeker bij het Institute for Medical Technology Assessment (iMTA) in Rotterdam. Genoeg kritisch denkwerk te doen, me dunkt. Tot horens, GGH!